Stop de bommen

Bij huidige conflicten bombarderen strijdkrachten geregeld woongebieden, waar burgers leven en openbare gebouwen zijn zoals scholen en ziekenhuizen. Dat is een regelrechte oorlogsmisdaad.

Volgens het internationaal humanitair recht is het verboden voor oorlogvoerende partijen om burgers en publieke gebouwen als doelwit te kiezen. Elke aanval moet het principe van onderscheid tussen burgers en strijdkrachten respecteren.

Teken onze petitie!

Clusterbommen vernielen wijken in Aleppo, Syrië, 2016. © Channel 4

90
nieuwe burgerslachtoffers per dag (in 2015) door aanvallen met explosieve wapens
92%
aantal burgerslachtoffers bij een aanval met explosieve wapens op een woongebied

DE VERWOESTENDE GEVOLGEN

Explosieve wapens doden een onevenredig aantal burgers. Ze veroorzaken ernstige verwondingen (brandwonden, meervoudige breuken, amputaties …), blijvende handicaps en psychologische trauma’s.

Ze verwoesten essentiële infrastructuren, zoals scholen, ziekenhuizen en water- en elektriciteitsvoorzieningen. Burgers moeten vluchten om te overleven.

Een deel van de explosieven ontploft niet bij inslag. Ze zijn levensgevaarlijk voor de mensen die na de gevechten naar huis terugkeren om hun land weer op te bouwen. Tientallen jaren later kunnen deze achtergebleven explosieven nog slachtoffers maken.

Samen met jou hebben 365.082 mensen de petitie getekend.

WAAR WORDEN EXPLOSIEVE WAPENS GEBRUIKT?

In 2015 publiceerde Human Rights Watch een lijst van 12 landen en gebieden waar het jaar voorheen explosieve wapens waren gebruikt tegen burgers: Syrië, Irak, Israël/Gaza, Oekraïne, Libië, Pakistan, Afghanistan, Soedan, Nigeria, Somalië, Thailand en Colombia.

In 2016 werden Syrië, de Gazastrook en Jemen in het bijzonder getroffen.